We schreven al eerder over dat de sardine vis eigenlijk compleet is verdwenen voor de westkust van Amerika.

Een deel van de Japanse vissers dumpt hun vangst op de vuilnisbelt en Tepco, eigenaar van de kreupele en lekkende kernreactor in Fukushima, betaalt hiervoor.



Vissersboten van sardinevissers in Amerika varen uit om met een lege brandstoftank terug te komen en een leeg ruim omdat ze geen vis hebben gevangen.

Dan lees je in de mainstream media dat wetenschappers voor een raadsel staan over de plotselinge sterfte van al die sardines. Zo schrijft de Los Angeles Times dat het toch eigenlijk gek is dat tot 74 procent van de sardines zijn verdwenen, terwijl deze soort in 2011 nog zo floreerde.

Wat deze media pertinent weigeren te doen is een verband leggen tussen het bijna compleet verdwijnen van deze vissoort en de kernramp in Fukushima. In plaats daarvan komen ze met nietszeggende kreten als: “Wetenschappers zijn er nog niet zeker van wat dit veroorzaakt”. Net zo min als ze al die andere vreemde gebeurtenissen en sterfte van vissen en andere dieren in verband brengen met radioactieve straling.

Radioactiviteit die volgens metingen op sommige plekken aan de Amerikaanse westkust meer dan 1.400 procent hoger is dan wat als normaal wordt beschouwd. Ook op plaatsen waar de metingensuitslagen minder extreem zijn wordt dan toch nog de dubbele hoeveelheid straling waargenomen.

Dat is, als je logisch nadenkt, allemaal niet zo vreemd natuurlijk als je bedenkt dat 70 procent van het radioactieve afval van Fukushima in zee terecht is gekomen.

Een ander onderzoek heeft aangetoond dat 98 procent van de zeebodem voor de kust van Californië is bedekt met dode zeewezens. Ze noemen dit “zeesnot”, een massa van zeeleven die sterft en naar de oceaanvloer zinkt. Waar de bodem daar nu voor 98 procent is bedekt met dit “zeesnot”, was dat vóór de ramp bij het Japanse Fukushima slechts 1 procent.

Noch de media, noch overheden zijn bereid om ook maar enig verband te leggen met de kernramp bij Fukushima.

Natuurlijk is de situatie in de zee rondom Japan nog vele malen erger. Op 10 januari werd daar een zeebrasem gevangen die besmet was met 12.400 becquerels per kilo, wat neerkomt op 124 keer de veiligheidsnorm.

Alle vis die binnen een straal van 30 kilometer van de centrale wordt gevangen gaat linea recta de prullenbak in omdat deze dusdanig zwaar besmet zijn dat niemand ze wil kopen, behalve….Tepco. Zij betalen de vissers voor deze vangsten, zodat deze blij zijn dat ze geld krijgen en in ruil verder hun mond dichthouden.

Ivan Macfadyen voer in een zeiljacht van Japan naar de Amerikaanse westkust. Hij zegt het volgende, “Ik heb in mijn leven heel wat mijlen afgelegd over zee en ik ben gewend om schildpadden, dolfijnen, haaien en grote zwermen vogels te zien. Maar, dit keer over een afstand van 3.000 zeemijlen was er niets levends te bekennen. De oceaan is stuk”.

Dat radioactieve vervuiling nu de Amerikaanse westkust heeft bereikt is trouwens geheel volgens de verwachtingen van de wetenschap, die dit al in augustus voorspelde in een artikel van NBC.

“Ocean simulations showed that the plume of radioactive Cesium-137 released by the Fukushima disaster in 2011 could begin flowing into U.S. coastal waters starting in early 2014 and peak in 2016”.

tep 1

Alleen werd in het NBC artikel gesteld dat het gevaarlijke Cesium-137 eenmaal daar aangekomen zodanig verdund zou zijn, dat het geen kwaad meer kon.

De praktijk blijkt echter iets anders uit te wijzen. Logisch, zou je zeggen.

Bronnen:

Infowars
Natural News
RT News
NBC

Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl