AIDS en Ebola getransporteerd van Belgie naar de Congo
Dinsdag, 20 augustus 2019 10:06
Afdrukken

Nadat Hilary Koproski, met of zonder toestemming van de corrupte en moordzuchtige Belgische regering, was neergestreken in het toenmalig Belgisch Congo ontdekte hij dat hij was terecht gekomen in het Walhalla van medische experimenten.

Hij hoefde de Belgiche autoriteiten maar te vragen om Congolezen in lange rijen op te stellen voor ontvangst van experimentele vaccins.



Vandaag de volgende in een aflevering door chirurg Johan van Dongen over misstanden in de medische wetenschap.

Dit artikel hoort thuis in de categorie die je op-ed artikelen zou kunnen noemen. Het woord op-ed is een afkorting voor “opposite the edito-rial page” en zijn artikelen die worden geschreven door een gastauteur. Ze weerspiegelen vaak een eigen mening en/of visie die niet per definitie hoeft overeen te komen met de mening/visie van de redactie.

Daarnaast zijn er nog ook nog lezersbrieven, incidentele stukken die door lezers geschreven kunnen worden en eventueel gepubliceerd, waarvoor hetzelfde geldt.


AIDS EN EBOLA GETRANSPORTEERD VAN BELGIE NAAR DE CONGO

Nadat Hilary Koproski, met of zonder toestemming van de corrupte en moordzuchtige Belgische regering, was neergestreken in het toenmalig Belgisch Congo ontdekte hij dat hij was terecht gekomen in het Walhalla van medische experimenten. Hij hoefde de Belgiche autoriteiten maar te vragen om Congolezen in lange rijen op te stellen voor ontvangst van experimentele vaccins. Géén probleem. De Belgen hadden uieraard een lange criminele staat van dienst in de Congo waarbij, vooral door toedoen van de hebzuchtige Koning Leopold II, meer dan 11 millioen Congolezen op verschrikkelijk brute wijze werden vermoord.

Daarnaast werden de bodemschatten van de Congo geplunderd waarmee België paleizen en standbeelden (om een massa moordenaar te eren) kon bouwen en het thuisland zelf verder kon opstuwen in de vaart der volkeren. België! Een zogenaamd geciviliseerd land met bloed aan hun handen en miljoenen doden op hun geweten. Onze buren!

Uiteraard waren bij die verschrikkelijke medische experimenten ook zeer vooraanstaande en nu nog steeds toonaangevende Belgische wetenschappers betrokken. Wie?

Allereerst Peter Piot, de zogenaamde ontdekker van het Ebola virus. Hier komen we binnenkort nog uitvoerig op terug. Samen met zijn vriend de Belg professor Guido van der Groen streken ook zij neer in de Congo, het land van medische experimenten op onschuldige burgers. Hevig geïnteresseerd als zij waren in haemorrhagische koortsen (Ebola) en de ontwikkeling daarvan als bio-wapen.

En juist ook met deze twee Belgische professoren komen ook internationale dubieuse wetenschappers als Daniël Carleton Gajdusek in beeld die namens de Amerikanen zijn sporen in de biologische oorlogsvoering had verdiend.

xxx

Belgische wetenschappers Peter Piot en Guido Van Der Groen in Congo begin jaren zeventig - Wat deden ze in Congo voordat Ebola in 1976 plaatsvond? 

Daniël Carleton Gajdusek

Na de tweede Wereldoorlog waren vrijwel alle landen in Oost en West actief bezig met medische menselijke experimenten, maar daarvoor krijg je niet zomaar toestemming.

Maar er is één Amerikaanse wetenschapper die vaak voor het voetlicht verschijnt, kapitein Daniël Carleton Gajdusek, die met zijn volmachten nergens toestemming voor nodig had.

Gajdusek bezocht tevens als staflid van het Institut Pasteur in Iran, respectievelijk van 1948 tot 1954 mede namens het Amerikaanse legercommando, het naoorlogse Duitsland, Tsjechoslowakije, Congo / Zaïre, Finland, Zuid-Korea, de Krim en het voormalige Joegoslavië. En juist uit al deze landen zijn Ebola uitbraken gemeld nog lang voordat de Democratische republiek Congo en Kikwit in beeld kwam.

Gedurende deze periode was Gajdusek altijd betrokken bij haemorragische virus experimenten, tegenwoordig bekend als Ebola. Bovendien ontdekte hij, het moet niet gekker worden, een Ebola-achtig virus in zijn woonplaats Prospect Hill en noemde het virus er natuurlijk naar. Gajdusek bleef vooral op de achtergrond betrokken bij de Ebola experimenten wereldwijd maar vooral ook in de Congo.

Lee, PW; Amyx, HL; Gajdusek, DC; Yanagihara, RT; Goldgaber, D; Gibbs, CJ Jr. (1982). "New hemorrhagic fever with the renal syndrome-related virus in rodents in the United States". Lancet. (8312): 1405.

xxx

Ebola explosie Kikwit

Direkt nadat in 1976 in Kikwit Ebola was uitgebroken werd er een Belgisch onderzoeksteam geformeerd. Althans dat dacht Peter Piot toen. Opmerkelijk was dat de Belgische Aids-onderzoeker Peter Piot het voortouw nam en voorstelde elkaar te ontmoeten op het Antwerps Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde.

Tot hun verbazing vonden ze bij aankomst op het instituut niet alleen leden van het American National Institute of Health NIH, maar ook de directeur van het American National Institute of Allergy and Infection Diseases NIAID. Volslagen overdonderd deed directeur Peter Piot van het Prince Leopold Institute, de zogenaamde pseudo- ontdekker van het Ebola-virus, de staart tussen de benen en voegde zich volledig naar de Amerikanen.

De leidinggevenden van het American Center for Disease Control CDC hadden eveneens een onbekende epidemioloog van het Johns Hopkins Hospital ingeschreven, die Piot en anderen precies vertelde hoe het ebola-onderzoek in Zaïre vorm moest worden gegeven. Het plan is om het eindresultaat van het Ebola onderzoek voor het publiek te verbergen om zo te voorkomen dat het als medisch misdrijf kon worden aangemerkt.

Het moeder Ebola virus komt van de Krim

In 1944 identificeerden Sovjet-wetenschappers voor het eerst de ziekte Ebola, toen Krim hemorragische koorts (Ebola) genoemd, op de Krim, nadat het virus in 1943 had toegeslagen onder militairen in de loopgraven aldaar.

Tijdens de Koreaanse oorlog (1950 - '53) werden meer dan 3.000 Amerikaanse soldaten getroffen door een ziekte met symptomen vergelijkbaar met Ebola, maar het virus werd eenvoudigweg 'Koreaanse Haemorragische Koorts' (KHF) genoemd. Ja, precies, dit is de manier waarop wetenschappers namen geven aan hun dodelijke gedrochten.

Reeds in 1934 werd in Zweden een 'nefropathie-epidemie' (NE) beschreven, die een grote klinische en epidemiologische overeenkomst met het Ebolavirus vertoonde. En juist Gajdusek postuleerde in 1962 dat NE in Scandinavië, KHF in Korea, HNN in de voormalige USSR, EHF in China en Japan, Songokoorts in China en epidemische nefritis (NE), werden veroorzaakt door een of een groep sterk gerelateerde etiologische agenten, waarvan we nu weten dat zij allen identiek zijn aan het Crimean/Congo Ebola virus.

Het etiologische middel werd geïsoleerd door Lee et al. In 1976, en Hantavirus (HTN) genoemd, naar de rivier de Hantaan die stroomt nabij de 38e breedtegraad tussen Noord- en Zuid-Korea.

In 1983 bracht een werkgroep van de Wereldgezondheidsorganisatie deze ziekten, veroorzaakt door nauw verwante virussen, uiteindelijk onder in de overkoepelende naam 'hemorragische koorts met renaal syndroom' (HFRS). Maar zeker niet Ebola!

Frappant genoeg worden in de Verenigde Staten van Amerika, in het bijzonder de 'Four Corners regio' (New Mexico, Arizona, Colorado en Utah), ook virussen ontdekt die ebolasymptomen veroorzaken. En deze uitbraken vonden vooral plaats in de buurt van biowarfare-fabrieken van het Amerikaanse leger.

Ja beste lezers, ik weet dat dit artikel vragen oproept en verwarring sticht. Dat vinden naast u politici, journalisten en vooral ook wetenschappers als Viroloog Ab Osterhaus ook. Zij doen dit dan ook af als “broodje aap” verhalen of “de man is integer maar wel een leek”. Kan ik volledig begrijpen! Maar het is niet de man die dit artikel schrijft maar de referenties, veelal door diezelfde wetenschappelijke criticasters geschreven, die het artikel onderbouwen. Maar ja..., als je aan je eigen stoelpoten wilt zagen...? Ik zou zeggen..., ga je gang...!

Referenties:

KANERVA M, MUSTONEN J, VAHERI A. Pathogenesis of Puumala and other Hantavirus infections. Rev Med Virol 1998 ; 8 : 67-86.

SHOPE RE. Viral hemorrhagic fevers. In: WYNGAARDEN JB, SMITH LH,

BENNETT JC, Eds. Cecil’s Textbook of Medicine 19th Ed, Philadelphia: W.B. Saunders, 1994: 1879-1886.

Hantavirus disease. Lancet editorials 1990; 336 : 407-408.

CLEMENT J, VAN RANST M. Hantavirus infecties in België. Verh K Acad Geneeskd Belg 1999 ; 61 : 707-717 + bespreking, pp. 718-719.

BROWN WL. Trench nephritis. Lancet 1916 ; 1: 391-399.

LEE HW, LEE PW, Johnson KM. Isolation of the etiologic agent of Korean hemorrhagic fever. J Infect Dis 1978; 137: 298-308.

WORLD HEALTH ORGANISATION. Hemorrhagic fever with renal syndrome: Memorandum from a WHO meeting. WHO Bull 1983; 61: 269-275.

DUCHIN JS, Koster FT, Peters CJ et al. Hantavirus pulmonary syndrome: a clinical description of 17 patients with a newly recognized disease. The Hantavirus Study Group. N Engl J Med 1994; 330: 949-955.

HUK M, KURT A, TORSTENSSON S, LUNDKVIST Å, WIGER D, NIKLASSON B. Haemorrhagic fever with renal syndrome in north-east Bosnia. Lancet 1996 ; 347 : 56-57.

SCHMALJOHN C. Prospects for vaccines to control viruses in the family Bunyaviridae. Rev Med Virol 1994 ; 4 : 185-196.

LUNDKVIST Å, NIKLASSON B. Haemorrhagic fever with renal syndrome and other Hantavirus infections. Rev Med Virol 1994 ; 4 : 177-184.

CLEMENT J, McKENNA P, COLSON P et al. Hantavirus epidemic in Europe, 1993. Lancet 1994 ; 343 : 114.

COLSON P, DAMOISEAUX PH, BRISBOIS J et al. Epidémie d’hantavirose dans l’Entre Sambre-et-Meuse. Année 1992-1993. Données Cliniques et Biologiques. Acta Clin Belg 1995 ; 50 : 197-206.

CROWCROFT NS, INFUSO A, ILEF D et al. Risk factors for human hantavirus infection: the Franco-Belgian collaborative case-control study during 1995-6 epidemic. BMJ 1999 ; 318 : 1737-1738.

LUNDKVIST Å, HUKIC M, HÔRLING J, GILLJAM M, NICHOL S, NIKLASSON B. Puumala and Dobrava viruses cause hemorrhagic fever with renal syndrome in Bosnia-Herzegovina: evidence of highly cross-neutralizing antibody responses in early patient sera. J Med Virol 1997; 53: 51-59.

MEISEL H, LUNDKVIST Å, GANTZER K, BÄR W, SIBOLD C, KRÛGER DH. The first case of infection with Hantavirus Dobrava in Germany. Eur J Clin Microbiol Infect Dis 1998; 17: 884-892.

SCHREIBER M, Laue T, WOLFF C. Hantavirus pulmonary syndrome in Germany. Lancet 1996 ; 347 : 336-337.

BRUMMER-KORVENKONTIO M, VAPALAHTI O, HENTTONEN H, KOSKELA P, KUUSISTO P, VAHERI A. Epidemiological study of nephropathia epidemica in Finland 1989-96. Scand J Infect Dis 1999; 31: 427-435.

LE GUENNO B, CAMPRASSE MA, GUILBAUT JC, LANOUX P, HOEN B. Hantavirus epidemic in Europe, 1993. Lancet 1994 ; 343 : 114-115.22.

ROLLIN P, COUDRIER D, SUREAU P. Hantavirus epidemic in Europe, 1993. Lancet 1994 ; 343 : 115.

ROLLIN P, COUDRIER D, SUREAU P. Hantavirus epidemic in Europe, 1993. Lancet 1994 ; 343 : 115.

PAPA A, JOHNSON AM, STOCKTON PC et al. Retrospective serological and genetic study of the distribution of Hantaviruses in Greece. J Med Virol 1998; 55: 321-327.

JORDANS JGM, GROEN J, CLEMENT J, LEFEVRE A, OSTERHAUS ADME. Infectie met het Hantavirus, een te weinig herkende oorzaak van acute nierinsufficiëntie. Ned Tijdschrift Geneeskd 1991 ; 135 : 791-793.

GROEN J, GERDING MN, JORDANS JGM, CLEMENT JP, NIEUWENHUIJS JHM, OSTERHAUS ADME. Hantavirus infections in the Netherlands: epidemiology and disease. Epidemiol Infect 1995 ; 114 : 373-383.

SOMMER AI, TRAAVIK T, MEHL R, BERDAL BP, DALRYMPLE J. Hemorrhagic fever with renal syndrome (nephropathia epidemica) in Norway: seroepidemiology 1981-1985. Scand J Infect Dis 1988; 20: 267-274.

NIKLASSON B, LEDUC J, NYSTROM K, NYMAN L. Nephropathia epidemica: incidence of clinical cases and antibody prevalence in an endemic area of Sweden.Epidemiol Infect 1987; 99: 559-62.

VAN DEN BERGE K, VERLINDE R. Knaagdieren. In: Faunabeheer. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leeftmilieu en Infrastructuuur, Administratie Milieu, Natuur, Land- en Waterbeheer, Afdeling Bos & Groen 1999.

DESMYTER J, JOHNSON KM, DECKERS C, LEDUC JW, BRASSEUR F, VAN YPERSELE DE STRIHOU C. Laboratory rat associated outbreak of hemorrhagic fever with renal syndrome due to hantaan-like virus in Belgium. Lancet 1983 ; 24/31 : 1445-1448.

LLOYD G, BOWEN ETW, JONES N. HFRS outbreak associated with laboratory rats in the UK. Lancet 1984 ; i : 1175-1176.

McKenna P, CLEMENT J, MATTHYS P, COYLE PV, McCAUGHEY C. Serological evidence of Hantavirus disease in Northern Ireland. J Med Virol 1994; 43: 33-38.

GLASS G, CHILDS J, KORCH G, LEDUC J. Association of intraspecific wounding with hantaviral infection in wild rats (Rattus norvegicus). Epidemiol Infect 1988; 101: 459-472.

KAISER J. Human-to-human spread of hantavirus? Science 1993 ; 275 : 605.

NIKLASSON B, JONSSON M, WIDEGREN I, Persson K, LEDUC J. A study of nephropathia epidemica among military personnel in Sweden. Res Virol 1992 ; 143 : 211-214.

CLEMENT J, McKenna P, LEIRS H et al. Hantavirus infections in rodents. In: HORZINEK M (Ed.) Virus infections in rodents and lagomorphs. Amsterdam: Elsevier, 1994: 295-316.

Hantaviridae. In: Armstrong D, COHEN J, Eds. Infectious Diseases. London: Mosby, 1999.

NATHANSON N, NICHOL S. Korean hemorrhagic fever and Hantavirus pulmonary syndrome: two examples of emerging hantaviral diseases. In: KRAUSE RM, Ed. Emerging Infections. Academic Press, San Diego: 1998; 365-374.

SETTERGREN B, LESCHINSKAYA, ZAGIDULLIN I et al. Haemorrhagic fever with renal syndrome: Comparison of clinical course in Sweden and in Western Soviet Union. Scand J Infect Dis 1991; 23: 549-552.

Decreet Profylaxe van besmettelijke ziekten van 5 april 1995 - Belgisch Staatsblad 14 juli 1995.

HUGGINS JW, KIM G, BRAND OM, McKee KT. Ribavirin therapy for Hantaan virus infection in suckling mice. J Infect Dis 1986; 153: 489-497.

GUI XE, HO M, COHEN MS et al. Hemorrhagic fever with renal syndrome: treatment with recombinant interferon. J Infect Dis 1987; 155: 1047-1051.

HSIANG CM, HUGGINS JW, GUAN MY et al. Effective therapy of epidemic hemorrhagic fever with ribavirin in a double-blind random controlled trial II: improvement in some clinical signs of hematology, cardiology, technology, and immunology. In: 29th International Colloquium on Hantaviruses, Antwerp, Belgium, 10-11 December 1987.

VAN YPERSELE DE STRIHOU C, MARY JP. Hantavirus-related acute interstitial nephritis in Western Europe: expansion of a worldwide zoonosis. Q J Med 1989; 270: 941-950.

NIKLASSON B, HORNFELDT B, LUNDKVIST Å, BJORSTEN S, LEDUC J. Temporal dynamics of Puumala virus antibody prevalence in voles op nephropathia epidemica incidence in humans. Am J Trop Med Hyg 1995; 53: 134-140.

MEES G. In: Cursus bosbouwpraktijk. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Leefmilieu en Infrastructuur, Administratie Milieu, Natuur, Land- en Waterbeheer, Afdeling Bos & Groen 1991.

VAN LOOCK F, THOMAS I, CLEMENT J, GHOOS S, COLSON P. A case-control study after a Hantavirus outbreak in the South of Belgium: who is at risk? Clin Inf Disease 1999 ; 28 : 834-839.

DUCOFFRE G. Infectieuze aandoeningen (Peillaboratoria): informatie over hantavirose. Brochure uitgegeven door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur, AfdelingEpidemiologie; 

http://www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/plabnl/hanta.htm

VAN CHARANTE AW, GROEN J, OSTERHAUS ADME. Risk of infections transmitted by arthropods and rodents in forestry workers. Eur J Epidemiol 1994 ; 10 (3) : 349-351.

Occupationally acquired infections of the lung. In: STELLMAN JM, Ed. Encyclopedia of occupational health and safety. Geneva: International Labour Office, 1998: 10.83.

ZEITZ PS, GRABER JM, VOORHEES RA et al. Assessment of Occupational risk for Hantavirus Infection in Arizona and New Mexico. JOEM 1997 ; 39 (5) : 463-467.

All about Hantavirus. Center for Diseases Control and Prevention (CDC). http://www.cdc.gov/ncidod/diseases/hanta/hps/index.htm



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl