Sponsors


Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie


 

Poll

Wist jij dat dikke bomen gekapt worden voor 5G?
Anunnaki, onze Goden – deel 241 – Nogal draaierig geworden!
Zondag, 15 september 2019 09:24
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.




GOD komt ongenood binnen en blijft voor altijd hier... 

God is een meedogenloze moordenaar... een koude killer! En kille koude... en dat kunnen we hem niet kwalijk nemen; zijn reis ging door de koude zwarte buitenruimte alvorens hier te komen. Na zijn aanslag en moord verkoos hij opnieuw de koude zwarte buitenruimte. Zo keert hij elke 3600 jaren terug. Koud, moe en hongerig... hij laaft zich aan Moeder Zon; haar warmte, haar licht en haar liefde... en toch blijft hij de koude killer die in hem schuilt; hij regeert in dit stelsel met kracht, met gezag en met macht en hij zet het hele stelsel naar zijn hand. Hij stelt het uurwerk, de grote klok die wij samen zijn... weer af. Afwijkingen in stand, afwijking in baan en snelheid corrigeert hij. Hij stelt het uurwerk opnieuw af... naar zijn inzicht en laat alles en iedereen in het gareel lopen; in zijn gareel!

Als Marduk binnenkomt in ons zonnestelsel (we zitten nog steeds in het verhaal van ‘Marduk tegen Tiamat’ -de Babylonische Wereldschepping- van Hugo Winckler - ‘De Mythologie van de Babyloniërs’, vertaal door Albert Bredenhoff en uitgegeven door Hilhof in Hattem in 1983) maakt hij zich op voor de strijd tegen de planeet Tiamat. Hugo Winckler ziet Marduk dus als de binnendringende ster. Hij komt van buiten en draait naar binnen. Ook Zecharia Sitchin noemt de ‘planeet’ (die een ster blijkt te zijn) steevast Marduk en later pas Nibiru. Die naam is fout, dat weet ik inmiddels door er studie naar te doen en het te definiëren als ‘noen’ en noon ofwel high-noon, het hoogste punt aan de hemel (in de Hemel). Nibiru is het hoogste punt van de ster aan de hemel;

Zonder frictie en botsingen geen ‘leven’ in het HeelAl!

Hugo Winckler schrijft; ‘Bij de tweede confrontatie slaat Marduk Tiamat in tweeën (hierop keert hij zich tot het lijk van Tiamat, dat hij in tweeën splijt, om daaruit de nieuwe wereld te vormen. Hugo wist niet dat dit de werkelijkheid was; het overgebleven deel van Tiamat werd weg geketst naar een andere plaats en... vermengd met de wateren, sappen, aminozuren en elektrische ladingen van Marduk (de ingeslagen planeten) kon het leven aanvangen. Het evolutie-proces begon! Dat was de ‘nieuwe wereld’ die voortkwam uit de hemelstrijd. Dat heeft Sitchin ons duidelijk gemaakt. Wij komen voort uit die strijd. Als Marduk nooit was binnengevallen, noch andere planeten of sterren, dan... dan was leven zoals het nu is nooit ontstaan! De Kosmos heeft baat bij confrontatie, frictie en botsing!

‘De heer trad op het lijk van Tiamat,
hij spleet haar schedel met zijn scherpe wapen,
doorsneed haar aderen, haar bloed,
en liet haar door de ‘noordenwind’
naar het verborgene dragen’.

Dat is dus feitelijk de ‘val van Lucifer’ naar aarde... en Lucifer nam in haar val een ‘Engel God’s’ mee. Eén van de zeven ‘engelen’, door de Hopi Nephews genoemd (‘neefjes’ zeggen de Groningers zijn Muggen) en ook bekend als de ‘aartsengelen’, de zwarte Pieten van Sinterklaas, de zeven Rendieren voor de Arreslee van de Kerstman, kortom de zeven ‘winden’ zoals de Soemeriërs en dus ook Zecharia Sitchin de planeten van de jonge ster omschrijven. Twee engelen waren hem al voor gegaan en nu bleven er nog vier over. Dus de bruine- of rode dwergster RA wordt omringd door vier dansende Muggen; zijn vier resterende planeten! De vertaling van Hugo Winckler wijkt niet zo veel af van de vertaling van Zecharia Sitchin, zoals hieronder weergegeven, afkomstig uit zijn boek; ‘De Twaalfde Planeet.

‘De heer trad op Tiamat’s achterdeel,
Met zijn wapen sloeg hij haar hoofd af,
Hij sneed haar bloedvaten door,
En liet het door de noordenwind wegvoeren,
Naar plaatsen die onbekend waren’.

xxx

GOD schiep Hemel en Aarde... en dat is heel sympathiek van die peer!

xxx

En GOD zag dat het goed was... en raakte geheel ontroerd...

xxx

Het resultaat was een prachtige nieuwe planeet, herboren uit de stukgeslagen planeet Tiamat. 

xxx


Of maakte GOD een platte pannekoek in plaats van een ronde bol?! 

Zonder strijd een leeg HeelAl, een LeegAl! 

Dit is de ‘hemelstrijd’, de schepping van Hemel en Aarde! Dit is toeval en ook weer niet... want alles in ons HeelAl of Kosmos of Universum lijkt gericht te zijn op frictie, confrontatie en botsing. Om diepe contacten (deep impact) waarbij sterren met sterren en sterren met planeten en planeten met planeten en planeten met satellieten en satellieten met satellieten... die ook astroïden kunnen zijn of meteorieten elkaar moeten raken. Zonder ‘kosmische’ botsingen geen leven in dit HeelAl. De constante uitdaging tussen de ‘polariteiten’ – en + moeten plaatsvinden. Die strijd is gaande vanaf de ‘oerknal’. Alles moet trekken en sleuren, duwen en hangen, botsen en exploderen, vermengen, sterven en opvonken. Het is ‘de eeuwige strijd tussen licht en duister’...

zei Krishna tegen Arjuna toen ze het strijdtoneel bekeken. Dat was een strijd op het slagveld tussen twee legers... maar de symboliek is het zelfde. Twee machten strijden en daartussen is een leemte, een ruimte of neutrale Kracht die – en + de kans geeft te dijen of te krimpen! Het is een meebewegend veld waarin licht en duister, wit en zwart, goed en kwaad zich in bewegen. Dus in die zin is het ontstaan van ons Zonnestelsel zoals het nu is; geen toeval en lag dat al besloten in de creatie, in de blauwdruk en ontwerptekening van het HeelAl. De lijnen waren reeds uitgezet en op enig moment zou hier ‘leven’ opgewekt worden. Marduk, ofwel de tweede ster, sloeg de planeet Tiamat kapot in twee delen als een ‘maschdu-vis’. Zecharia Sitchin schrijft in zijn boek;

xxx


‘Wat je hier ziet, is de eeuwige strijd tussen licht en duister’... 

Lucifer krijgt steeds de schuld, maar GOD is de dader!

‘De Twaalfde Planeet’ dat de jonge ster afstrijkt als een lucifer. Het afgestreken materiaal wordt dan de astroïdengordel (de Ring des Nibelungen... en de ‘doornenkroon van Jezus) ook wel de ‘gesmede armband’ genoemd en het onderste deel van Tiamat wordt weg geketst naar een nieuwe baan om de Zon. Dat is verdraaid en werd ‘Lucifer klom op naar de troon van GOD en viel uit de Hemel’. In feite klom de jonge ster RA/Marduk op naar de troon van Tiamat en stootte haar van de troon in de Hemel... en zij nam in haar val een ‘Engel God’s’ mee. Kreeg du twee keer de schuld van de gebeurtenis! Terwijl het toch echt sterretje GOD was die tot de aanval over ging! Kennelijk is ‘Bel’ een naam voor de jonge ster die dan de tweede ster wordt van ons stelsel.

Zo is ons stelsel dan een binair-systeem met twee sterren! Onze hoofdster is de Zon. Dat is een starre ster, een vaste ster en Bel (RA, Anu/Gud/God/Marduk) is een bijster. Een beweeglijke ster! Hij is de tweede Zon, de bij-Zon (en heel bij-zonder, want hij komt maar eens in de 3600 jaren voorbij) en dus de Bison. De Soemerische GUD, de wilde losgeslagen aanstormende Stier, werd de Amerikaanse BISON. Het grote prairie-rund. Dat betekent dat men al heel lang weet van het bestaan van die rode dwergster! De botsing van de twee lichamen herschiep ons zonnestelsel. Het restant van Tiamat werd Lucifer en is ook Gaia/Terra. De continenten zijn de oude korst van Tiamat en de korst onder de zeeën en oceanen is jonger en daardoor ook dunner.

Ach en tijdens het zoeken naar afbeeldingen stuitte ik op het volgende filmpje; zo mooi is de planeet en dan vooral zonder het ‘anunnaki’-ruimtetuig dat hier neerstreek en ook zonder de mensheid dat geen haar beter is! De Schepping in Beeld:



Uit het Enuna Elish de eerste regels... ‘Toen de hemel erboven nog geen naam had, en de Aarde eronder evenmin, en de oorspronkelijke Abzu die hen verwekte, en toen Tiamat, de moeder van hen beiden, hun wateren met elkaar vermengden, was er nog geen drasland te bekennen. En nog niemand van de goden was toen door het noemen van hun naam tot leven geroepen’. Meer de volgende keer en ik sluit af met woorden die we allemaal wel kennen!

1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. 3 God zei: 'Er moet licht komen,' en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag. 6 God zei: 'Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa's van elkaar scheidt.

7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag. 9 God zei: 'Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt. ' En zo gebeurde het. 10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was. 11 God zei: 'Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin. ' En zo gebeurde het.

12 De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. 13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag. 14 God zei: 'Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15 en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde. ' En zo gebeurde het. 16 God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren.

17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag. 20 God zei: 'Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen. ' 21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft.

En God zag dat het goed was. 22 God zegende ze met de woorden: 'Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde. ' 23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag. 24 God zei: 'De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren. ' En zo gebeurde het. 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.

Evert Jan Poorterman 

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl