Sponsors





Nieuwsbrief

Sponsors




Member of The Internet Defense League

Onderwerpen

 

 Open in nieuw venster

Promotie

Poll

MH17 is:
Anunnaki, onze Goden - (deel 184) - De ‘Vorstelijke Palts van Zutfen’ - deel 16
Zondag, 18 februari 2018 13:31
PDF Afdrukken

Dit is een reeks artikelen waarin Evert Jan Poorterman ons meeneemt op een fascinerende ontdekkingsreis.

Over de komst van een ster en vooral zijn bewoners die al sinds 445.000 jaren álles, maar dan ook écht alles op onze planeet bepalen.



De Slag bij Ane - deel 4

Ons leven op de flanken van het Teutoburger Wald was rustig en aangenaam. Het Teutoburgerwald is een bergkam die begint voorbij Rheine bij Hörstel in het oosten (bij Oldenzaal de grens over naar Bentheim en verder...) en oogt van boven als een ‘boemerang’. Bij Bielefeld buigt de heuvelrug af naar het zuiden en eindigt onder de stad Paderborn. Daar gaat het natuurgebied bijna vanzelf over in het Sauerland en Rothhaargebirge. Boven Osnabrück ligt het ‘noordelijk Teutoburgerwald’ (ook wel Wiehengebirge genoemd) en begint bij het dorpje Berge en gaat via Bramche over Osnabrück in oostelijke richting en onder Minden door (waar een doorgang is naar het noorden omdat de heuvelrug door de Weser wordt onderbroken - door de Romeinen ‘Porta Westfalica’ genoemd... 

poort naar Westfalen) naar de stad Hameln (ja van de Rattenvanger) waar het verderop over gaat in Natuurpark Weserbergland. Hoogste punt van het Teutoburgerwald (dat vroeger Osning heette) is 446 meter boven NAP. De lengte van de heuvelrug is meer dan 105 kilometer. in de tijd dat ik zoon was van de Graaf van Tecklenburg schijnt mijn vader en het graafschap een sanctie opgelegd te zijn waardoor er geen tol geheven mocht worden, geen grote markten ook en dat het leger werd afgeschaft. Zodoende kwam de militaire macht te liggen in het nabij gelegen graafschap Bentheim. Er was veel samenwerking over en weer zoals ik eerder opmerkte... en dat omdat de beide graafschappen omringd werden door de bisdommen Osnabrück, Münster en Oversticht.


xxx


xxx

Externsteine bij Detmold

 Familie-opstellingen

Desondanks leverden de graafschappen Tecklenburg en Bentheim ook ridders en manschappen aan het bisschoppelijke leger van Otto II van der Lippe, de bisschop van Utrecht. Zodoende hadden de families van José en die van mij lijfelijk verdriet om directe betrokkenen. Wij hebben gedrieën; José, Ellie en ik, over de 30 mensen die wij in dit leven kennen, kunnen plaatsen in het leven van toen in de 13e eeuw. Naaste familie, vrienden, kennissen en aangewaaide figuren. We mochten het ontdekken, met hulp van onze gidsen (en de krachten in de Kosmos) om zo meer inzicht te krijgen in de onderlinge verhoudingen van ons leven nu. Verbazingwekkend was te ontdekken dat veel oud zeer van bijna acht eeuwen terug gewoon doorwerkte tot in onze tijd.

De Duitser Bert Hellinger ontwikkelde een therapeutische vorm die inzicht en duidelijkheid verschaft in familiare verhoudingen die verder gaan dan het gezin alleen. Zo is meedoen aan ‘Familie-opstellingen’ een vrijwillige keuze; je kunt je zelf laten opstellen als hoofdpersoon en je kunt participeren als randfiguur rondom een hoofdpersoon. Ik heb een aantal keren deelgenomen aan ‘Familie-opstellingen’ en steeds werd ik verrast door onze rol als participanten en die van de hoofdrolspelers zelf. Ze speelden geen spel, het was geen ingestudeerd stuk; het was een rollenspel dat ontstond mede gedragen door door de voorouders van zo’n familie. Er ontrolde een dialoog tussen de betrokkenen geïnspireerd door de geesten van de overledenen.

Vragen, pendelen en noteren...

Zo kan niet alleen de hoofd-opgestelde figuur ontdekken wat zijn huidige rol binnen een gezin of de familie is, maar ook de rand-opgestelde deelnemers ontdekken dat hun rol niet geheel vrijblijvend is dat zij deel hebben in het grotere geheel en... dat zij ook hun inzichten krijgen. Dat kregen wij dan door te pendelen; vragen stellen aan onze gidsen (beschermers, engeltjes zeggen sommigen... - het zijn in feite onze teamgenoten; wij hier op de planeet in de materie en zij, na hun leven hier, nu aan de andere kant... zeg maar in de Twilight Zone, aan gene zijde... om ons van daar te ondersteunen en dat valt voor hen niet altijd mee omdat ook zij strijd te voeren hebben tijdens hun hulp aan ons), waarop al snel de antwoorden volgden.

Ellie stelde de vragen, José pendelde en ik schreef alles op. Soms draaide de pendel al een ‘ja’ nog voordat de vraag gesteld was. Wij kregen op alle vragen antwoord. Zo konden we een reconstructie maken van onze levens toen. José, Ellie en Natasja waren adellijke zusjes in Bentheim en leefden als prinsesjes. Ze kregen hun scholing in een klooster bovenop de Tankenberg bij Oldenzaal en alles was vredig en goed... tot de die bewuste bloedhete broeierige zomerdag in 1227. Ze verloren directe familieleden, broers en neven, ridders uit het keurkorps en ook wij in Tecklenburg rouwden om de gevallenen. Ik heb het allemaal opgeschreven. Ook deed ik speurwerk in de Openbare Bibliotheek van Almelo betreffende de Tankenberg en Oldenzaal en Bentheim.

Op naar de Tankenberg...

Ik had destijds een boekje met de titel; ‘Tien heilige plaatsen in Nederland’. Eén van die heilige plaatsen in dat boekje is de Tankenberg. Er staat beschreven dat sommige bezoekers die de berg bewandelen op een bepaalde plek Paarden horen. Ze horen een aanzwellende ruiterij als het ware; een naderende kudde, de heuvel op galopperend... Dit wordt al lange tijd waargenomen; maar der is er geen Paard te bekennen! Toen wij op een zondag in het vroege voorjaar met zijn drieën de klim omhoog maakten, kwamen we op een mooie plek met uitzicht omhoog. José en Ellie hingen vermoeid te puffen over een houten hek dat een weide afsloot. Ze keken op naar het grasland. Opeens zei Ellie; ‘Er komen Paarden aan... ik hoor Paarden’... ‘Ja’, zei José ‘ze komen onze kant op’.

Ik zweeg; kende het verhaal al! Verderop heb ik al wandelend opgebiecht dat wat zij hoorden wezenlijk was als een echo uit het verre verleden. En dat ik het gelezen had in een boekje over ‘heilige plaatsen’ in Nederland. Het is handig het noordoostelijk Nederland in ‘vogelvlucht’ te zien... en dan zien we in Drenthe de Hondsrug lopen van de stad Groningen tot voorbij Emmen... en verderop in Twente ontwaren we opeens de Tankenberg. Niet helemaal in lijn met de Hondsrug, maar toch! De Hondsrug verwijst uiteraard naar de ster Sirius (Grote Hond/Canis Major) en de Hellehond- of Anoebishond van De Lutte heeft daar ook mee te maken uiteraard! Egyptische invloeden in Nederland. Toeval?! Hieronder tekst van: http://www.pansophia.nl/academie_pansophia/2017/05/14/de-tankenberg/.

Heilige plaatsen en vreemde...

‘Het gebied van de Tankenberg heeft een mystieke energie. Een andere dimensie, die van de ongeziene wereld, is hier duidelijk voelbaar. Je waant je in een tempel gevormd door de natuur, waar nimfen, elfen en kabouters bij bronnen vertoeven en waar lichtverschijnselen kunnen worden waargenomen’.

De Tankenberg, het hoogste punt van Overijssel (85 meter boven NAP), ligt in Twente tussen Oldenzaal en De Lutte. De berg is gevormd door de Oldenzaalse stuwwal uit de voorlaatste ijstijd, zo’n 200.000 tot 130.000 jaar geleden. Op het hoogste punt van de berg is in 1844 een koepeltje geplaatst ter nagedachtenis aan de tempel van de Germaanse vruchtbaarheidsgodin Tanfana. Aan de achterwand van de koepel is een Latijnse tekst aangebracht van Tacitus, de Romeinse geschiedschrijver. Hij beschrijft hoe de soldaten van Caesar omstreeks 14 na Chr. de (ongewijde) delen van het land en de Germaanse tempel van Tanfana (het gewijde) hebben verwoest. Vrij vertaald luidt de tekst:

‘Het ongewijde zo goed als het gewijde, ook bij deze volkeren in hoge eer staande heilige woud, dat zij het heiligdom van Tanfana noemen, werd met de grond gelijk gemaakt’.

Het is de godin Tanfana, die haar naam aan de Tankenberg (de berg van Tan) heeft gegeven. Volgens overleveringen zou haar tempel hier hebben gestaan, hoewel daar geen resten van zijn gevonden. Tijdens de laatste oogst- en slachtfeesten van het jaar zouden er bij volle maan erediensten voor deze maan- en watergodin zijn gehouden, die ook de beschermvrouwe was van feeën en kabouters. Bij die festiviteiten werden grote vuren ontstoken en genoot men van een maal waarvoor dieren werden geofferd op een grote zwerfkei die in voorchristelijke tijd op de Tankenberg zou hebben gelegen. Na de komst van het christendom werd Tanfana als heks afgeschilderd. Denk maar aan het rijmpje ‘Anneke, Tanneke, toverheks’.

Ze zou kinderen opeten of offeren aan de Duivel. Vóór de koepel loopt duidelijk voelbaar een energiebaan. In het gebied kunnen lichtverschijnselen zoals lichtbollen worden waargenomen die op de aanwezigheid van elfen kunnen duiden, schrijft Rudi Klijnstra in zijn boek; ‘Tanfana’. Ter hoogte van het waterpompstation op een vlak gedeelte dat het ‘Heilig Stuk’ wordt genoemd, bevindt zich een vortex, een kruising van energiebanen. De spiralende energie is hier sterk voelbaar. De voorlaatste ijstijd bracht de Tankenberg een grote zwerfkei. Volksoverleveringen verhalen dat deze steen deel uitmaakte van de tempel van Tanfana, waar hij als offersteen werd gebruikt. Volgens een andere sage verzamelden er Witte Wieven om deze steen in de Walpurgisnacht (de nacht van 30 april op 1 mei) om er te feesten.

Als ritueel dronken ze bier uit zijn diepe holten en groeven en gebruikten hem om middernacht als eettafel. Om de steen kon men dan een lichtglans van witte gedaanten waarnemen. Wilde men er voorbij lopen, dan voelde het of er een zware last op de borst drukte, die je de adem benam. Pas op enige afstand viel die druk weer weg. Deze lichtgestalten worden soms ook op andere avonden gezien. Om de verering van de heidense Tanfana de kop in te drukken is de kei naar de markt, dichtbij de kerk van Oldenzaal verplaatst - waar hij nu nog is te zien. Wanneer dat precies is gebeurd is niet duidelijk, maar in het stadboek van Oldenzaal uit 1619 wordt hij al genoemd. Volgens een Twentse sage gaf Tanfana de bezoekers van haar tempel heilzaam water te drinken uit een gouden beker.


xxx


xxx


xxx

Gemummificeerde Hond, gevonden in het Dal der Koningen, Egypte

Dit water was afkomstig uit een bron, die zich verderop in het land, recht voor het koepeltje bevindt. Dat er een kern van waarheid in dit verhaal schuilt, bewijst mogelijk de vondst van een gouden beker uit de Bronstijd (van 2200 tot 800 v.Chr.). De beker werd in 1840 opgegraven bij de voet van een heuvel in Gölenkamp nabij Uelsen, dat ten noorden van Ootmarsum ligt. De gouden beker is in privé bezit en bevindt zich in een kluis van de vorsten van Bentheim. Er is een aantal koperen kopieën van deze beker gemaakt. Eén ervan is te bezichtigen in het Tourist-Informationgebouw in het centrum van Uelsen, Duitsland. Een andere sage die verband houdt met Tanfana gaat over de ‘Hellehond van Lutte’, een dorp nabij de Tankenberg, waar voor de kerk een bronzen beeld van deze Hond staat.

Het verhaal gaat dat deze ‘kardoeshond’ (zoals hij ook wel wordt genoemd, of Anoebishond of pharaohond) de dood aankondigde door voor het huis van een stervende te huilen en te blaffen. Dat komt overeen met mythen uit oude culturen waar de hond als bewaker van de doden hun zielen terugbracht naar de Moedergodin. Enkelen hebben bij een van Tanfana’s bronnen een visioen gehad waarin zij zagen dat Tanfana de zielen van overleden kinderen naar het licht bracht. Het Christendom wil ons echter doen geloven dat zij kinderen op zou eten of offeren aan de duivel. Er doen verhalen de ronde dat men tot op de dag van vandaag de Hellehond nog rond het koepeltje van Tanfana kan zien lopen (Ineke Bergman).


xxx

Uitzicht op het noorden vanuit het koepeltje


xxx

Het koepeltje op de Tankenberg


xxx


xxx

Graafschappen, Zutfen, Bentheim en Tecklenburg

De burcht Tecklenburg werd waarschijnlijk omstreeks 1100 in opdracht van de graven van Zutphen gebouwd. Het gravengeslacht wordt in 1129 voor het eerst vermeld in de persoon van graaf Ekbert. De naam Tecklenburg komt voor het eerst in 1184 voor. De graven verwerven een aanzienlijk gebied tussen de Hunte en de Eems (Ibbenbüren in 1189). In 1263 sterft het geslacht van graaf Ekbert uit en komt het bezit ten gevolge van het huwelijk van de dochter (Hedwig of Heilwig - Robert) van de laatste graaf met Otto II van Bentheim aan de graven van Bentheim uit het Hollandse huis. Na de dood van graaf Otto II in 1277 volgt zijn zoon Otto III hem op in het graafschap Bentheim en zijn zoon Egbert volgt hem op in het graafschap Tecklenburg. Het kleine graafschap van Tecklenburg ontstond ook in de 12e eeuw. Het bestond uit het Tecklenburger Land; de westelijke uitlopers van de heuvels in het Teutoburgerwoud. In 1263 werd het graafschap door het naburige graafschap van Bentheim geannexeerd, maar tot aan het eind van de 19e eeuw was er een graaf van Tecklenburg. Tecklenburg kreeg in 1388 stadsrechten en heeft een schilderachtig middeleeuws centrum met veel vakwerkhuizen.

Otto II huwde Heilwig/Hedwig van Tecklenburg (Robert) en dat was mijn oudere zus. De zusjes José en Ellie van Otto II kwamen zoals eerder aangehaald naar Tecklenburg. José om met mij te trouwen en Ellie was dan meteen ook als huwelijkskandidate te krijg. Zij huwde een ridder en vertrok met hem naar Bingen aan de Rijn. Een leven daarvoor woonde ze daar ook al, evenals José en ik. Maar dat is een gehaal ander verhaal en ook weer niet... en dat komt vast nog wel eens aan bod. Er is een gapend gat in de geschiedenis van Tecklenburg en dat behelst nèt die periode dat ik er met José woon en leef. Het heeft er alle schijn van dat ik weliswaar kasteelheer was maar niet in de functie van Graaf van Tecklenburg. Daarover de volgende keer meer... evenals over de Hellehond.

Evert Jan Poorterman

Delen tekst zijn overgenomen uit de Statenvertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap Haarlem - 1987 (350 jaren Statenvertaling 1637-1987). Ik dank Carolus Verhulst; oprichter van Uitgeverij Mirananda te Wassenaar, voor het uitgeven van Sitchin's boek en voor zijn bijdrage als vertaler van de tekst, mijn ouders, mijn gidsen en onderzoekers en schrijvers als Immanuel Velikovsky, Erich von Däniken, Robert Charroux, Zecharia Sitchin, Alan Alford, Ernst Gideon, Iman Wilkes, de schrijvers danwel samenstellers van het Oera Linda Boek en tal van andere pioniers zoals Jan van Gorp (Iohannes Goropius Becanus, geboren te Hilvarenbeek, 1518-1572), Simon Stevin van Bruggen (Brugge, 1548-1620), Berend Willem Hietbrink (Maastricht 1943-...), Hylke Welling (1933 - ...), Michel de Nostradame (St. Rémy, 1503-1566), Pieter van der Meer en Alex Onbekend en Ansi mijn mentor en taalmeester en anderen die mij inspireerden...

Voor vragen en/of suggesties kun je Evert Jan rechtstreeks mailen op evertjan(apestaart)niburu.co

EVERT JAN POORTERMAN/NIBURU.CO



Bezoek ook eens gezondheidswebwinkel Orjana.nl